ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 416

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

59e jaargang
11 november 2016


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2016/C 416/01

Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1015/2010 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke wasmachines en van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1061/2010 van de Commissie houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van huishoudelijke wasmachines (Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)  ( 1 )

1

2016/C 416/02

Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 96/60/EG van de Commissie houdende uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 92/75/EEG van de Raad wat de etikettering van het energieverbruik van huishoudelijke was-droogcombinaties betreft (Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)  ( 1 )

3

2016/C 416/03

Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)  ( 1 )

5

2016/C 416/04

Mededeling van de Commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 548/2014 van de Commissie betreffende de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot kleine, middelgrote en grote vermogenstransformatoren (Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)  ( 1 )

12

2016/C 416/05

Mededeling van de Commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 1016/2010 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke afwasmachines en van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1059/2010 van de Commissie houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van huishoudelijke afwasmachines (Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)  ( 1 )

14

2016/C 416/06

Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1253/2014 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eisen inzake ecologisch ontwerp voor ventilatie-eenheden en van de uitvoering van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1254/2014 van de Commissie houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van residentiële ventilatie-eenheden ( 1 )

16

2016/C 416/07

Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 665/2013 van de Commissie houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van stofzuigers en van Verordening (EU) nr. 666/2013 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor stofzuigers betreft (Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)  ( 1 )

31


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

11.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 416/1


Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1015/2010 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke wasmachines en van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1061/2010 van de Commissie houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van huishoudelijke wasmachines

(Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 416/01)

ENO (1)

Referentienummer en titel van de norm

(en referentiedocument)

Eerste bekendmaking PB

Referentienummer van de vervangen norm

Datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt

Noot 1

Cenelec

EN 60456:2011

Wasmachines voor huishoudelijk gebruik — Methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen

IEC 60456:2010 (Gewijzigd)

5.12.2013

 

 

Deze norm moet worden aangevuld om duidelijk te maken om welke beoogde wettelijke eisen het gaat. Bepaling ZB over toleranties en controleprocedures maakt geen deel uit van de onderhavige vermelding.

Cenelec

EN 60456:2016

Wasmachines voor huishoudelijk gebruik — Methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen

IEC 60456:2010 (Gewijzigd)

Dit is de eerste bekendmaking

EN 60456:2011

Noot 2.1

14.6.2017

Cenelec

EN 60704-2-4:2012

Huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen — Bepaling van het luchtgeluid — Deel 2-4: Bijzondere eisen voor wasmachines en centrifuges

IEC 60704-2-4:2011 (Gewijzigd)

5.12.2013

 

 

Deze norm moet worden aangevuld om duidelijk te maken om welke beoogde wettelijke eisen het gaat.

Noot 1:

In het algemeen is de datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt, de door de Europese normalisatieorganisaties vastgestelde datum van intrekking, maar gebruikers van de norm worden erop gewezen dat dit in bepaalde uitzonderlijke gevallen anders kan zijn.

Noot 2.1:

De nieuwe (of gewijzigde) norm heeft dezelfde werkingssfeer als de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.2:

De nieuwe norm heeft een ruimere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.3:

De nieuwe norm heeft een beperktere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de (gedeeltelijk) vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor de producten of diensten die binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen. Het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor producten en diensten die binnen de werkingssfeer van de (gedeeltelijk) vervangen norm vallen maar niet binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen, blijft bestaan.

Noot 3:

In het geval van wijzigingsbladen is de norm waarnaar verwezen wordt EN CCCCC:YYYY, de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, en het nieuw genoemde wijzigingsblad. De vervangen norm bestaat daarom uit EN CCCCC:YYYY en de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, maar zonder het nieuw genoemde wijzigingsblad. Op de aangegeven datum vervalt het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

WAARSCHUWING:

Iedere informatie betreffende de beschikbaarheid van de normen kan verkregen worden ofwel bij de Europese normalisatieorganisaties ofwel bij de nationale normalisatie-instellingen, waarvan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 (2) een lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

Normen worden door de Europese normalisatieorganisaties vastgesteld in het Engels (CEN en CENELEC publiceren ook in het Frans en Duits). Vervolgens vertalen de nationale normalisatie-instellingen de titels van de normen in alle andere officiële talen van de Europese Unie. De Europese Commissie is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de titels die ter publicatie in het Publicatieblad worden aangeboden .

Verwijzingen naar corrigenda „…/AC:YYYY” worden alleen ter informatie bekendgemaakt. Een corrigendum verwijdert druk-, taal- en vergelijkbare fouten uit de tekst van een norm en kan een of meer taalversies (Engels, Frans en/of Duits) van een norm betreffen, zoals aangenomen door een Europese normalistieorganisatie.

De publicatie van de verwijzingen in het Publicatieblad van de Europese Unie houdt niet in dat de normen beschikbaar zijn in alle officiële talen van de Europese Unie.

Deze lijst vervangt de vorige lijsten die in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd werden. De Commissie zal er zorg voor dragen dat de huidige lijst regelmatig wordt bijgewerkt.

Meer informatie over geharmoniseerde en andere Europese normen kunt u vinden op Europa:

http://ec.europa.eu/growth/single-market/european-standards/harmonised-standards/index_en.htm


(1)  ENO: Europese normalisatieorganisatie:

CEN: Marnixlaan 17, 1000 Brussel, België, tel. +32 25500811; fax +32 25500819 (http://www.cen.eu)

CENELEC: Marnixlaan 17, 1000 Brussel, België, tel. +32 25196871; fax +32 25196919 (http://www.cenelec.eu)

ETSI: 650, route des Lucioles, 06921 Sophia Antipolis, Frankrijk, tel. +33 492944200; fax +33 493654716, (http://www.etsi.eu)

(2)  PB C 338 van 27.9.2014, blz. 31.


11.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 416/3


Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 96/60/EG van de Commissie houdende uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 92/75/EEG van de Raad wat de etikettering van het energieverbruik van huishoudelijke was-droogcombinaties betreft

(Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 416/02)

ENO (1)

Referentienummer en titel van de norm

(en referentiedocument)

Eerste bekendmaking in het PB

Referentienummer van de vervangen norm

Datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt

Noot 1

Cenelec

EN 50229:2007

Elektrische was-droogcombinaties voor huishoudelijk gebruik — Methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen

30.12.2009

EN 50229:2001

Noot 2.1

1.6.2010

Cenelec

EN 50229:2015

Elektrische was-droogcombinaties voor huishoudelijk gebruik — Methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen

Dit is de eerste bekendmaking

EN 50229:2007

Noot 2.1

31.1.2018

 

EN 50229:2015/AC:2016

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Noot 1:

In het algemeen is de datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt, de door de Europese normalisatieorganisaties vastgestelde datum van intrekking, maar gebruikers van de norm worden erop gewezen dat dit in bepaalde uitzonderlijke gevallen anders kan zijn.

Noot 2.1:

De nieuwe (of gewijzigde) norm heeft dezelfde werkingssfeer als de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.2:

De nieuwe norm heeft een ruimere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.3:

De nieuwe norm heeft een beperktere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de (gedeeltelijk) vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor de producten of diensten die binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen. Het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor producten en diensten die binnen de werkingssfeer van de (gedeeltelijk) vervangen norm vallen maar niet binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen, blijft bestaan.

Noot 3:

In het geval van wijzigingsbladen is de norm waarnaar verwezen wordt EN CCCCC:YYYY, de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, en het nieuw genoemde wijzigingsblad. De vervangen norm bestaat daarom uit EN CCCCC:YYYY en de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, maar zonder het nieuw genoemde wijzigingsblad. Op de aangegeven datum vervalt het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

WAARSCHUWING:

Iedere informatie betreffende de beschikbaarheid van de normen kan verkregen worden ofwel bij de Europese normalisatieorganisaties ofwel bij de nationale normalisatie-instellingen, waarvan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 (2) een lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

Normen worden door de Europese normalisatieorganisaties vastgesteld in het Engels (CEN en Cenelec publiceren ook in het Frans en Duits). Vervolgens vertalen de nationale normalisatie-instellingen de titels van de normen in alle andere officiële talen van de Europese Unie. De Europese Commissie is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de titels die ter publicatie in het Publicatieblad worden aangeboden .

Verwijzingen naar corrigenda „…/AC:YYYY” worden alleen ter informatie bekendgemaakt. Een corrigendum verwijdert druk-, taal- en vergelijkbare fouten uit de tekst van een norm en kan een of meerdere taalversies (Engels, Frans en/of Duits) van een norm betreffen, zoals aangenomen door een Europese normalistieorganisatie.

De publicatie van de verwijzingen in het Publicatieblad van de Europese Unie houdt niet in dat de normen beschikbaar zijn in alle officiële talen van de Europese Unie.

Deze lijst vervangt de vorige lijsten die in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd werden. De Commissie zal er zorg voor dragen dat de huidige lijst regelmatig wordt bijgewerkt.

Meer informatie over geharmoniseerde en andere Europese normen kunt u vinden op Europa:

http://ec.europa.eu/growth/single-market/european-standards/harmonised-standards/index_en.htm


(1)  ENO: Europese normalisatieorganisatie:

CEN: Marnixlaan 17, 1000, Brussel, België, tel. +32 25500811; fax +32 25500819 (http://www.cen.eu)

CENELEC: Marnixlaan 17, 1000, Brussel, België, tel. +32 25196871; fax +32 25196919 (http://www.cenelec.eu)

ETSI: 650, route des Lucioles, 06921 Sophia Antipolis, Frankrijk, tel. +33 492944200; fax +33 493654716, (http://www.etsi.eu)

(2)  PB C 338 van 27.9.2014, blz. 31.


11.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 416/5


Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG

(Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 416/03)

ENO (1)

Referentienummer en titel van de norm

(en referentiedocument)

Eerste bekendmaking in het PB

Referentienummer van de vervangen norm

Datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt

Noot 1

Artikel(en) van Richtlijn 2014/53/EU dat of die de norm beoogt te bestrijken

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

ETSI

EN 300 065 V2.1.2

Smalbandtelegrafieapparatuur voor direct printen, voor het ontvangen van meteorologische of navigatie informatie (NAVTEX) — Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 en 3.3 (g) van Richtlijn 2014/53/EU

8.7.2016

 

 

Artikel 3.2; Artikel 3.3.g

ETSI

EN 300 676-2 V2.1.1

Handset, mobiele en vaste VHF zenders, ontvangers en zendontvangers voor grondgebruik, voor mobiele VHF diensten voor de luchtvaart, gebruik makend van AM modulatie — Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

8.7.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 301 025 V2.1.1

VHF radiotelefonieapparatuur voor algemene communicatie en aanverwante apparatuur voor Klasse „D” Digital Selective Calling (DSC) — Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 en 3.3 (g) van Richtlijn 2014/53/EU

12.8.2016

 

 

Artikel 3.2; Artikel 3.3.g

ETSI

EN 301 360 V2.1.1

Satellietgrondstations en -systemen (SES) — Geharmoniseerde EN voor interactieve- (SIT) en gebruikers- (SUT) satellietterminalapparatuur voor het zenden naar geostationaire satellieten in de 27,5 GHz tot 29,5 GHz frequentiebanden welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 301 406 V2.2.2

Geharmoniseerde EN voor digitale draadloze telecommunicatieapparatuur (DECT) welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU — Algemene radio

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 301 430 V2.1.1

Satellietgrondstations en -systemen (SES) — Geharmoniseerde EN voor verplaatsbare satellietgrondstations ten behoeve van reportageverbindingen (SNG TES), werkzaam in de frequentiebanden 11-12/13-14 GHz welke invulling geven aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

14.10.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 301 459 V2.1.1

Satellietgrondstations en -systemen (SES) — Geharmoniseerde EN voor interactieve- (SIT) en gebruikers- (SUT) satellietterminalapparatuur voor het zenden naar satellieten in een geostationaire baan in de 29,5 GHz tot 30,0 GHz frequentiebanden welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

14.10.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 301 783 V2.1.1

Commercieel beschikbare amateur radioapparatuur — Geharmoniseerde norm welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

8.7.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 301 839 V2.1.1

Actieve medische implantaten met ultra-laag vermogen en randapparatuur in het frequentiegebied 402 MHz tot 405 MHz — Geharmoniseerde Europese norm welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn

8.7.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 301 908-12 V7.1.1

IMT cellulaire netwerken; Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU — Deel 12: CDMA multi-carrier (cdma2000) (tussenversterkers)

9.9.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 301 908-20 V6.3.1

IMT cellulaire netwerken — Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU — Deel 20: OFDMA TDD WMAN (WiMAX) TDD basisstaions (BS)

14.10.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 301 908-21 V6.1.1

IMT cellulaire netwerken — Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU — Deel 20: OFDMA TDD WMAN (WiMAX) FDD gebruikersapparatuur (UE)

14.10.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 302 195 V2.1.1

Radioapparatuur in het frequentiegebied van 9 kHz tot 315 kHz voor actieve medische implantaten met ultra-laag vermogen (ULP-AMI) en toebehoren — Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 302 961 V2.1.2

Maritiem persoonlijk noodbaken bedoeld voor gebruik op 121,5 MHz voor zoek- en reddingsdoeleinden — Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 303 039 V2.1.2

Landmobiele dienst — Meerkanaalszenderspecificatie voor de PMR service — Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 303 084 V2.1.1

Grondgebonden augmentatiesysteem (GBAS) VHF grond-lucht Data Omroep (VDB) — Technische eigenschappen en meetmethoden voor grond gebonden apparatuur — Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 303 203 V2.1.1

Kortbereikapparatuur (SRD) — MBANSs in het frequentiegebied van 2 483,5 MHz tot 2 500 MHz — Geharmoniseerde norm welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

12.8.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 303 204 V2.1.2

Netwerkgebaseerd-kortbereikapparatuur — Radioapparatuur te gebruiken in het 870 MHz tot 876 MHz frequentiegebied met vermogen tot 500 mW — Geharmoniseerde Europese norm welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 303 339 V1.1.1

Breedband direct lucht-tot-grond communicatie; Apparatuur werkzaam in 1 900 MHz tot 1 920 MHz en 5 855 MHz tot 5 875 MHz frequentie banden; Vastpatroonantenne; Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 303 340 V1.1.2

Digitale aarde („terrestrial”) TV-uitzendingontvangers; Geharmoniseerde Europese norm welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 303 372-2 V1.1.1

Satellietgrondstations en -systemen (SES); Ontvangstapparatuur voor satellietuitzendingen; Geharmoniseerde Europese norm welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU; deel 2 Binnen eenheid

9.9.2016

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 303 978 V2.1.2

Satellietgrondstations en -systemen (SES) — Geharmoniseerde EN voor grondstations op mobiele platforms (ESOMP) voor het zenden naar satellieten in een geostationaire baan werkend in de 27,5 tot 30,0 GHz frequentiebanden welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

ETSI

EN 303 979 V2.1.2

Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor grondstations op mobiele platforms (ESOMP) zendend naar statistieken in niet-geostationaire baan in de frequentieband 27,5 GHz tot 29,1 GHz en 29,5 GHz tot 30,0 GHz welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van Richtlijn 2014/53/EU.

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

Artikel 3.2

Noot 1:

In het algemeen is de datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt, de door de Europese normalisatieorganisaties vastgestelde datum van intrekking, maar gebruikers van de norm worden erop gewezen dat dit in bepaalde uitzonderlijke gevallen anders kan zijn.

Noot 2.1:

De nieuwe (of gewijzigde) norm heeft dezelfde werkingssfeer als de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.2:

De nieuwe norm heeft een ruimere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.3:

De nieuwe norm heeft een beperktere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de (gedeeltelijk) vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor de producten of diensten die binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen. Het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor producten en diensten die binnen de werkingssfeer van de (gedeeltelijk) vervangen norm vallen maar niet binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen, blijft bestaan.

Noot 3:

In het geval van wijzigingsbladen is de norm waarnaar verwezen wordt EN CCCCC:YYYY, de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, en het nieuw genoemde wijzigingsblad. De vervangen norm bestaat daarom uit EN CCCCC:YYYY en de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, maar zonder het nieuw genoemde wijzigingsblad. Op de aangegeven datum vervalt het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

WAARSCHUWING:

Iedere informatie betreffende de beschikbaarheid van de normen kan verkregen worden ofwel bij de Europese normalisatieorganisaties ofwel bij de nationale normalisatie-instellingen, waarvan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 (2) een lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

Normen worden door de Europese normalisatieorganisaties vastgesteld in het Engels (CEN en Cenelec publiceren ook in het Frans en Duits). Vervolgens vertalen de nationale normalisatie-instellingen de titels van de normen in alle andere officiële talen van de Europese Unie. De Europese Commissie is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de titels die ter publicatie in het Publicatieblad worden aangeboden .

Verwijzingen naar corrigenda „…/AC:YYYY” worden alleen ter informatie bekendgemaakt. Een corrigendum verwijdert druk-, taal- en vergelijkbare fouten uit de tekst van een norm en kan een of meerdere taalversies (Engels, Frans en/of Duits) van een norm betreffen, zoals aangenomen door een Europese normalistieorganisatie.

De publicatie van de verwijzingen in het Publicatieblad van de Europese Unie houdt niet in dat de normen beschikbaar zijn in alle officiële talen van de Europese Unie.

Deze lijst vervangt de vorige lijsten die in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd werden. De Commissie zal er zorg voor dragen dat de huidige lijst regelmatig wordt bijgewerkt.

Meer informatie over geharmoniseerde en andere Europese normen kunt u vinden op:

http://ec.europa.eu/growth/single-market/european-standards/harmonised-standards/index_en.htm


(1)  ENO: Europese normalisatieorganisatie:

CEN: Marnixlaan 17, B-1000, Brussel, België, tel. +32 25500811; fax + 32 25500819 (http://www.cen.eu)

CENELEC: Marnixlaan 17, B-1000, Brussel, België, tel. +32 25196871; fax + 32 25196919 (http://www.cenelec.eu)

ETSI: 650, route des Lucioles, F-06921 Sophia Antipolis, Frankrijk, tel. +33 492944200; fax + 33 493654716, (http://www.etsi.eu)

(2)  PB C 338 van 27.9.2014, blz. 31.


11.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 416/12


Mededeling van de Commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 548/2014 van de Commissie betreffende de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot kleine, middelgrote en grote vermogenstransformatoren

(Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 416/04)

ENO (1)

Referentienummer en titel van de norm

(en referentiedocument)

Eerste bekendmaking PB

Referentienummer van de vervangen norm

Datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt

Noot 1

Cenelec

EN 50588-1:2015

Energietransformatoren 50 Hz van 5 kVA tot 40 000 kVA, met een hoogste spanning van het materieel niet hoger dan 36 kV — Deel 1: Algemene eisen

11.9.2015

 

 

 

EN 50588-1:2015/A1:2016

Dit is de eerste bekendmaking

Noot 3

23.5.2019

Cenelec

EN 50629:2015

Energetische doelmatigheid van energietransformatoren (Um > 36 kV or Sr = 40 MVA)

11.9.2015

 

 

 

EN 50629:2015/A1:2016

Dit is de eerste bekendmaking

Noot 3

23.5.2019

Noot 1:

In het algemeen is de datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt, de door de Europese normalisatieorganisaties vastgestelde datum van intrekking, maar gebruikers van de norm worden erop gewezen dat dit in bepaalde uitzonderlijke gevallen anders kan zijn.

Noot 2.1:

De nieuwe (of gewijzigde) norm heeft dezelfde werkingssfeer als de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.2:

De nieuwe norm heeft een ruimere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.3:

De nieuwe norm heeft een beperktere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de (gedeeltelijk) vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor de producten of diensten die binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen. Het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor producten en diensten die binnen de werkingssfeer van de (gedeeltelijk) vervangen norm vallen maar niet binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen, blijft bestaan.

Noot 3:

In het geval van wijzigingsbladen is de norm waarnaar verwezen wordt EN CCCCC:YYYY, de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, en het nieuw genoemde wijzigingsblad. De vervangen norm bestaat daarom uit EN CCCCC:YYYY en de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, maar zonder het nieuw genoemde wijzigingsblad. Op de aangegeven datum vervalt het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

WAARSCHUWING:

Iedere informatie betreffende de beschikbaarheid van de normen kan verkregen worden ofwel bij de Europese normalisatieorganisaties ofwel bij de nationale normalisatie-instellingen, waarvan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 (2) een lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

Normen worden door de Europese normalisatieorganisaties vastgesteld in het Engels (CEN en Cenelec publiceren ook in het Frans en Duits). Vervolgens vertalen de nationale normalisatie-instellingen de titels van de normen in alle andere officiële talen van de Europese Unie. De Europese Commissie is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de titels die ter publicatie in het Publicatieblad worden aangeboden .

Verwijzingen naar corrigenda „…/AC:YYYY” worden alleen ter informatie bekendgemaakt. Een corrigendum verwijdert druk-, taal- en vergelijkbare fouten uit de tekst van een norm en kan een of meerdere taalversies (Engels, Frans en/of Duits) van een norm betreffen, zoals aangenomen door een Europese normalistieorganisatie.

De publicatie van de verwijzingen in het Publicatieblad van de Europese Unie houdt niet in dat de normen beschikbaar zijn in alle officiële talen van de Europese Unie.

Deze lijst vervangt de vorige lijsten die in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd werden. De Commissie zal er zorg voor dragen dat de huidige lijst regelmatig wordt bijgewerkt.

Meer informatie over geharmoniseerde en andere Europese normen kunt u vinden op:

http://ec.europa.eu/growth/single-market/european-standards/harmonised-standards/index_en.htm


(1)  ENO: Europese normalisatieorganisatie:

CEN: Marnixlaan 17, B-1000, Brussel, België, tel. +32 25500811; fax + 32 25500819 (http://www.cen.eu)

CENELEC: Marnixlaan 17, B-1000, Brussel, België, tel. +32 25196871; fax + 32 25196919 (http://www.cenelec.eu)

ETSI: 650, route des Lucioles, F-06921 Sophia Antipolis, Frankrijk, tel. +33 492944200; fax + 33 493654716, (http://www.etsi.eu)

(2)  PB C 338 van 27.9.2014, blz. 31.


11.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 416/14


Mededeling van de Commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 1016/2010 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke afwasmachines en van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1059/2010 van de Commissie houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van huishoudelijke afwasmachines

(Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 416/05)

ENO (1)

Referentienummer en titel van de norm

(en referentiedocument)

Referentienummer van de vervangen norm

Datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt

Noot 1

Eerste bekendmaking in het PB

Cenelec

EN 50242:2008

Elektrische vaatwasmachines voor huishoudelijk gebruik — Beproevingsmethoden voor het meten van de gebruikseigenschappen

IEC 60436:2004 (Gewijzigd)

 

 

14.6.2013

 

EN 50242:2008/A11:2012

IEC 60436:2004/A1:2009 (Gewijzigd) + IEC 60436:2004/A2:2012 (Gewijzigd)

Noot 3

6.8.2013

14.6.2013

Bepaling Z2 over toleranties en controleprocedures maakt geen deel uit van de onderhavige vermelding.

Cenelec

EN 50242:2016

Elektrische vaatwasmachines voor huishoudelijk gebruik — Beproevingsmethoden voor het meten van de gebruikseigenschappen

IEC 60436:2004 (Gewijzigd)

IEC 60436:2004/A1:2009 (Gewijzigd) + A1:2009 (Gewijzigd)

IEC 60436:2004/A2:2012 (Gewijzigd)

EN 50242:2008

+ A11:2012

Noot 2.1

1.1.2018

Dit is de eerste bekendmaking

Noot 1:

In het algemeen is de datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt, de door de Europese normalisatieorganisaties vastgestelde datum van intrekking, maar gebruikers van de norm worden erop gewezen dat dit in bepaalde uitzonderlijke gevallen anders kan zijn.

Noot 2.1:

De nieuwe (of gewijzigde) norm heeft dezelfde werkingssfeer als de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.2:

De nieuwe norm heeft een ruimere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.3:

De nieuwe norm heeft een beperktere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de (gedeeltelijk) vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor de producten of diensten die binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen. Het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor producten en diensten die binnen de werkingssfeer van de (gedeeltelijk) vervangen norm vallen maar niet binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen, blijft bestaan.

Noot 3:

In het geval van wijzigingsbladen is de norm waarnaar verwezen wordt EN CCCCC:YYYY, de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, en het nieuw genoemde wijzigingsblad. De vervangen norm bestaat daarom uit EN CCCCC:YYYY en de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, maar zonder het nieuw genoemde wijzigingsblad. Op de aangegeven datum vervalt het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

WAARSCHUWING:

Iedere informatie betreffende de beschikbaarheid van de normen kan verkregen worden ofwel bij de Europese normalisatieorganisaties ofwel bij de nationale normalisatie-instellingen, waarvan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 (2) een lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

Normen worden door de Europese normalisatieorganisaties vastgesteld in het Engels (CEN en Cenelec publiceren ook in het Frans en Duits). Vervolgens vertalen de nationale normalisatie-instellingen de titels van de normen in alle andere officiële talen van de Europese Unie. De Europese Commissie is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de titels die ter publicatie in het Publicatieblad worden aangeboden .

Verwijzingen naar corrigenda „…/AC:YYYY” worden alleen ter informatie bekendgemaakt. Een corrigendum verwijdert druk-, taal- en vergelijkbare fouten uit de tekst van een norm en kan een of meerdere taalversies (Engels, Frans en/of Duits) van een norm betreffen, zoals aangenomen door een Europese normalistieorganisatie.

De publicatie van de verwijzingen in het Publicatieblad van de Europese Unie houdt niet in dat de normen beschikbaar zijn in alle officiële talen van de Europese Unie.

Deze lijst vervangt de vorige lijsten die in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd werden. De Commissie zal er zorg voor dragen dat de huidige lijst regelmatig wordt bijgewerkt.

Meer informatie over geharmoniseerde en andere Europese normen kunt u vinden op:

http://ec.europa.eu/growth/single-market/european-standards/harmonised-standards/index_en.htm


(1)  ENO: Europese normalisatieorganisatie:

CEN: Marnixlaan 17, 1000, Brussel, België, tel. +32 25500811; fax + 32 25500819 (http://www.cen.eu)

CENELEC: Marnixlaan 17, 1000, Brussel, België, tel. +32 25196871; fax + 32 25196919 (http://www.cenelec.eu)

ETSI: 650, route des Lucioles, 06921 Sophia Antipolis, Frankrijk, tel. +33 492944200; fax + 33 493654716, (http://www.etsi.eu)

(2)  PB C 338 van 27.9.2014, blz. 31.


11.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 416/16


Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1253/2014 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eisen inzake ecologisch ontwerp voor ventilatie-eenheden en van de uitvoering van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1254/2014 van de Commissie houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van residentiële ventilatie-eenheden

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 416/06)

1.

Bekendmaking van de titels en referentienummers van de overgangsmethoden voor metingen en berekeningen (1) voor de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1253/2014 van de Commissie van 7 juli 2014 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eisen inzake ecologisch ontwerp voor ventilatie-eenheden en van de uitvoering van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1254/2014 van de Commissie van 11 juli 2014 houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van residentiële ventilatie-eenheden.

2.   Verwijzingen

2.1.   Soorten eenheden

Op grond van Verordening (EU) nr. 1253/2014 zijn er verschillende soorten eenheden die getest moeten worden volgens normen of overgangsmethoden — met betrekking tot zowel RVE's (residentiële ventilatie-eenheden) als NRVE's (niet-residentiële ventilatie-eenheden):

Soort

Recirculatie

HRS (heat recovery system — warmteterugwinningsysteem)

Eén richting

Met luchtkanalen

Niet relevant

Geen warmtewisselaar

Zonder luchtkanalen

Niet relevant

Geen warmtewisselaar

Twee richtingen

Met luchtkanalen

Met recirculatie (*) (optie)

Platenwarmtewisselaar

Rotorwarmtewisselaar

Circulatie-spoelen

Warmteleidingen

Wisselend (regenerator) Regeneratieve warmtewisselaar met een veranderende richting van de luchtstroom

Zonder recirculatie (*)

Idem

Zonder luchtkanalen

Met recirculatie (*) (optie)

Idem

Zonder recirculatie (*)

Idem

Voor de meeste parameters kunnen metingen volgens de bestaande normen worden uitgevoerd. In sommige gevallen is er echter behoefte aan een herziening van de normen, omdat deze verbeterd zouden kunnen worden met betrekking tot de gemeten waarden, nomenclatuur, testopstellingen en -methoden. Om ervoor te zorgen dat nieuwe voorwaarden, zoals SFPint, correct worden toegepast, werkt CEN/TC 156 aan de herziening van een aantal normen en sub-normen. Alle metingen voor RVE's en NRVE's (met inbegrip van verwijzingen naar andere normen) worden behandeld in de volgende normen:

RVE's

:

EN 13141-serie (volgnummer afhankelijk van het soort eenheid)

EN 13142 (scoping-norm)

NRVE's

:

EN 13053 (voornamelijk voor TVE's (tweerichtingsventilatie-eenheden), maar EVE's (éénrichtingsventilatie-eenheden) kunnen op dezelfde manier gemeten worden)

TVE's zonder luchtkanalen

Als TVE's zonder luchtkanalen bedoeld zijn om geïnstalleerd te worden met doorboringen in de muur (d.w.z. leidingen), moeten alle prestatietesten uitgevoerd worden met deze doorboringen in de muur en bijbehorende eindapparaten voor afzuiging en aanzuiging. Als alternatief moeten de testen uitgevoerd worden met leidingen van 0,5 m lengte die dezelfde doorsnede naar de eenheid aan de buitenzijde hebben (EHA en ODA) en bijbehorende eindapparaten voor afzuiging en aanzuiging (optioneel standaard gevelrooster door de fabrikant aangegeven). De tests worden uitgevoerd zoals gebruikelijk in categorie A, waarbij de doorboringen van de muur en eindapparatuur beschouwd worden als een geïntegreerd onderdeel van de eenheid.

Aangeven van niet-residentiële TVE's

De aangegeven nominale condities verwijzen naar de luchtstroom die door de HRS loopt (normaal gesproken winterse ontwerpcondities).

Omdat de berekening van de SFPint voor onevenwichtige luchtstromen (verschillende drukdalingen enz.) waarden voor beide zijden van de TVE vereist, wordt voorgesteld dat fabrikanten in het geval van ongelijke stromen waarden aangeven voor beide zijden (SUP-zijde) en (EHA-zijde).

2.2.   Residentiële ventilatie-eenheden (RVE's)

Gemeten/berekende parameter

Organisatie

Referentienummer/titel

Opmerkingen

SEC — specifiek energieverbruik voor ventilatie per m2 verwarmde vloeroppervlakte van een woning of een gebouw [kWh/(m2.a)]

Europese Commissie

Bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 1253/2014 van de Commissie

Bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 1254/2014 van de Commissie

Er zijn geen normen die SEC beschrijven, maar de vergelijking wordt gegeven in Verordening (EU) nr. 1253/2014 en in Verordening (EU) nr. 1254/2014.

Specifiek ingangsvermogen (specific power input — SPI)

CEN (Europees Comité voor Normalisatie)

EN 13142 en de EN 13141-serie overeenkomstig producttype

De berekening van de SPI wordt beschreven in EN 13142:2013 voor TVE's en de testmethode voor de gemeten waarden wordt beschreven in de EN 13141-serie met betrekking tot het soort eenheid.

Voor EVE's kunnen dezelfde definitie en methode worden gebruikt.

De SPI moet echter worden gemeten en berekend op basis van het referentiedebiet en de referentiedruk die beschreven zijn in Verordening (EU) nr. 1253/2014.

In punt 1, onder (13), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1253/2014 wordt SPI uitgedrukt in W/m3/h, en in bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 1253/2014 wordt SPI uitgedrukt in kW/m3/h. Als informatievereiste moet SPI in W/m3/h vermeld worden. Voor de berekening van SEC moet SPI in kW/m3/h zijn.

Werkelijk (totaal) ingangsvermogen

CEN

EN 13141-serie volgens producttype aangevuld met EN ISO 5801

EN 13141-7 en 13141-6 verwijzen naar EN 13141-4 (6.1), die verwijst naar EN ISO 5801 (hoofdstuk 10, ingangsvermogen).

De definitie in de normen is „ingangsvermogen” of „totaal ingangsvermogen” en niet „werkelijk ingangsvermogen” zoals in de Verordening (EU) nr. 1253/2014.

EN 13141-8 bevat geen beschrijving van de methode of verwijzing en mist eisen voor meetonzekerheid.

TVE's: moeten samengevat voor zowel de ventilatoren als de regelapparatuur gemeten worden. Het elektrische energieverbruik van hulpmiddelen moet opgenomen worden, TVE's met een roterend HRS omvatten bv. ook een rotormotor.

Extern totaal drukverschil

CEN

EN 13141-serie volgens producttype aangevuld met EN ISO 5801

Voor eenheden met luchtkanalen moet dit gemeten worden in aangesloten kanalen, zodat de consumenten consistente druk- en stroomwaarden ontvangen.

Het externe totale drukverschil is, volgens Verordening (EU) nr. 1253/2014, het statische drukverschil voor RVE's met luchtkanalen en het totale drukverschil voor RVE's zonder luchtkanalen tussen ingang en uitgang, voor de beide luchtstromen van TVE's (indien niet gelijk, zie aanzuiging).

In Verordening (EU) nr. 1253/2014 is niet beschreven naar welke verbinding de druk geleverd wordt. De verdeling is optioneel, maar er wordt voorgesteld dat voor RVE's met luchtkanalen 1/3 van het totale externe drukverschil aan de buitenzijde (EHA en ODA) verdeeld wordt en 2/3 van het totale externe drukverschil (ETA en SUP) aan de zijde van het gebouw, overeenkomstig de EN 13141-serie.

Zie voor een nadere beschrijving hoofdstuk 3 van dit document en het DTI-document „Transitional method for determination of internal specific fan power of ventilation units, SFPint (2).

TVE's

De test wordt beschreven in EN 13141-7 (6.2.2), waarin wordt bepaald dat de test in alle vier kanalen moet worden uitgevoerd. EN 13141-7 verwijst naar EN 13141-4 (5.2.2) waarin de installatie van de kanalen omschreven wordt.

EVE's (afzuiging)

Niet beschreven in EN 13141-6. Gebruik EN ISO 5801 of EN 13141-4.

TVE's (voor één vertrek zonder luchtkanalen)

Volledige beschrijving in EN 13141-8, punt 5.2.3 (en bijlage A), waarin verwezen wordt naar EN 13141-4 en EN ISO 5801.

EVE's (aanzuigingssystemen)

De test wordt beschreven in EN 13141-11 (6), waarin verwezen wordt naar EN 13141-4 en EN ISO 5801.

De wijze waarop de druk gemeten wordt in het kanaal (meetkanalen)/kamer en de toelaatbare afwijking worden niet in alle normen beschreven. Dit moet ontwikkeld en getest worden volgens EN ISO 5801.

Referentiedebiet

CEN

EN 13141-serie volgens producttype aangevuld met EN ISO 5801

De normen beschrijven het referentie- of maximale debiet en de druk niet. Ze beschrijven ook niet hoe deze te bereiken in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1253/2014. Ze beschrijven alleen hoe het debiet gemeten moet worden volgens het ontwerp van de afzonderlijke eenheden (behalve EN 13141-8 met betrekking tot debiet en EN 13141-11 met betrekking tot druk).

Zie de beschrijving in hoofdstuk 3 van dit document over de wijze waarop het referentiedebiet voor eenheden met luchtkanalen aan moet worden gegeven. Er wordt tevens een methode beschreven voor het geval een eenheid geen druk van 100 Pa, maar wel een druk van 50 Pa kan bereiken.

Het referentiedebiet kan niet hoger zijn dan het maximale debiet.

TVE's

De testopstelling wordt beschreven in EN 13141-7 (6.2.2). EN 13141-7 verwijst naar EN 13141-4 (5.2.2) waarin de installatie van de kanalen omschreven wordt.

Voor TVE's: als de test uitgevoerd wordt met een numerieke onevenwichtige luchtstroom SUP-zijde ten opzichte van de EHA-zijde dient dit worden opgemerkt in het testrapport.

Voor TVE's is het debiet van toepassing op de uitlaat van de aangezogen lucht.

EVE's (afzuiging)

De testopstelling wordt in zijn geheel beschreven in EN 13141-4/-6. EN 13141-6 verwijst naar metingen van de luchtstroom volgens ISO 5221 (die in 1984 ingetrokken werd). In plaats daarvan kan EN ISO 5801 gebruikt worden.

EVE's en TVE's (voor één vertrek zonder luchtkanalen)

Volledige beschrijving in EN 13141-8 (3.1.9). Methode volgens EN 13141-4, punt 5.2.3, en EN ISO 5801.

EVE's (aanzuigingssystemen)

De test wordt beschreven in EN 13141-11 (3.6). De beschrijving van de methode (6) verwijst naar EN 13141-4 en EN ISO 5801.

Diagram debiet/druk

CEN

EN 13141-4

EN 13141-7

aangevuld met:

EN ISO 5801

EN 13141-7 verwijst naar TVE's, maar de methode kan ook worden toegepast op andere producten.

EN ISO 5801 verwijst naar ventilatoren, maar de methode kan ook worden toegepast op andere producten.

Maximaal debiet

CEN

EN 13141-serie volgens producttype aangevuld met EN ISO 5801

Zie referentiedebiet voor alle producten.

Thermisch rendement, ηt

CEN

EN 13141-7 en EN ISO 5801

EN 13141-8 en EN ISO 5801

Thermisch rendement kan normaal gesproken gemeten worden volgens EN 308 of EN 13141-7, EN 13141-8 en ISO 16494 voor ingaande/uitgaande luchtstromen met een gelijke massa en zonder condensatie. In Verordening (EU) nr. 1253/2014 is echter bepaald dat het temperatuurverschil tussen binnen en buiten 13 K moet zijn, dus alleen EN 13414-7 en EN 13141-8 kunnen worden gebruikt. Moet gemeten worden met bijdrage vanuit ventilator.

Voor TVE's EN 13414-7 gebruiken.

Voor TVE's voor gebruik voor installatie in één vertrek EN 13141-8 gebruiken.

Debiet gemeten volgens EN ISO 5801. Alle andere waarden zijn volgens EN 13141-7 of EN 13141-8, afhankelijk van het ontwerp van de eenheid.

De temperatuurmetingen moeten buiten de eenheid worden uitgevoerd, omdat de bijdrage van de ventilator moet worden opgenomen (in de kanalen voor eenheden met luchtkanalen).

De kanalen/aansluitdoos tussen de eenheid en het meetoppervlak moeten worden geïsoleerd met een isolatiemateriaal met een thermische weerstand van ten minste 1 m2 K W-1 (isolatiemateriaal van ongeveer 50 mm).

EN 13141-7 stelt alleen eisen voor wat betreft lekkage (geen eisen voor de warmtebalans) en kan hiervoor gebruikt worden. Het wordt echter aangeraden om de eisen in EN 308 (lekkage 3 % en warmtebalans 5 %) te volgen.

EN 13141-8

Voor eenheden met een wisselend HRS wordt in EN 13141-8, punt 5.4.7, een volledige beschrijving van een testmodel gegeven. Houd er rekening mee dat dit normaal gesproken snelle meetapparatuur vereist.

Het wordt aanbevolen de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat menging zowel binnen als buiten tijdens het testen beperkt wordt.

Opmerkingen met betrekking tot niet van toepassing zijnde normen:

EN 308 wordt gewoonlijk gebruikt om de prestaties van de HRS alleen te beoordelen wanneer de bijdrage voor ventilatoren afgetrokken wordt en de test wordt uitgevoerd met een temperatuurverschil van 20 K, en kan dus niet gebruikt worden voor RVE's.

ISO 16494 beschrijft een testprocedure voor een LBK met HRS, met specifieke eisen ten aanzien van de statische druk in de in- en uitlaten en ventilatorinstellingen.

De testopstelling is gelijk aan EN 14141-7 en EN 308.

Deze verwijst naar EN ISO 5801, ISO 3966 en EN ISO 5167-1 met betrekking tot de meetmethode voor de luchtstroom.

ISO 16494 laat een grote omgevingstemperatuurtolerantie toe die de testresultaten beïnvloedt, en is niet in overeenstemming met EN 13141 en EN 308.

Elektrisch ingangsvermogen en werkelijk ingangsvermogen

CEN

EN 13141-4 en

EN 13141-7

aangevuld met:

EN ISO 5801

EN 13141-7 (punt 6.5) verwijst naar EN 13141-4 (6.1) die verwijst naar EN ISO 5801 (punt 10).

De definitie in de normen is meestal „ingangsvermogen” of „totaal ingangsvermogen” en niet „elektrisch ingangsvermogen” of „werkelijk ingangsvermogen” zoals in Verordening (EU) nr. 1253/2014.

TVE's: Moeten samengevat voor zowel de ventilatoren als de regelapparatuur gemeten worden.

Geluidsvermogensniveau (LWA)

CEN

EN ISO 9614-2 of

EN ISO 3744 of

EN ISO 3746 of

EN ISO 3743-1 of

EN ISO 3741 of

ISO 13347 of

EN ISO 9614-1 of

EN ISO 3745 of

EN ISO 3743-2

Kan worden gemeten volgens EN ISO 9614-2 (meting van geluidintensiteiten) of EN ISO 3744 of EN ISO 3746 (geluidsdruk in het vrije veld). Om testkosten te verlagen wordt er vaak de voorkeur aan gegeven om de methode voor de meting van geluidintensiteiten te gebruiken. Als alternatief kan EN ISO 3743-1 of EN ISO 3741 (geluidsvermogen in nagalmkamers) gebruikt worden.

Doordat in de verschillende normen verschillende methodologieën gebruikt worden, kan niet altijd gewaarborgd worden dat de resultaten van de ene methodologie met behulp van de andere methodologie gereproduceerd kunnen worden.

Referentiedrukverschil in Pa

CEN

13141-serie volgens producttype aangevuld met EN ISO 5801

Voor de meetmethode en opmerkingen, zie „Extern totaal drukverschil”.

Maximale percentages voor interne en externe lekkage en carry over

CEN

EN 308

EN 13141-7

EN 1886

ISO 16494

Lekkage

Zowel interne als externe lekkage kan getest worden volgens EN 308 en EN 13141-7 (EN 13141-serie alleen geldig voor RVE's). EN 308 richtte zich aanvankelijk alleen op het HRS-onderdeel, maar kan en wordt meestal ook toegepast voor het testen van de volledige eenheid. In EN 308 wordt de eenheid maar op één punt gemeten (net zoals in de verordening). In EN 13141-7 wordt de installatie op drie punten gemeten. EN 1886 kan alleen gebruikt worden voor externe lekkage.

De stroom die gebruikt wordt om de lekkage en interne lekkage (in de norm beschreven als het nominale luchtmassadebiet dat door de fabrikant aangegeven is) te berekenen is het referentiedebiet voor RVE's en het nominale debiet voor NRVE's zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1253/2014.

Carry over

Carry over kan getest worden volgens EN 308. Er moet vermeld worden in welke richting de lekkage is. Lekken van vuile naar schone lucht moet vermeden worden (van EHA-zijde naar SUP-zijde).

Bij een laag debiet heeft het zuiveringsgebied meer tijd nodig voor reiniging, en moet het toerental verlaagd worden. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor de lekkage en hiermee moet rekening worden gehouden.

Nadere beschrijving met betrekking tot lekkage:

Een verdere verduidelijking van de lekkagetest is opgenomen in bijlage V (NRVE's) van Verordening (EU) nr. 1253/2014, waarin wordt beschreven dat de test en berekening uitgevoerd kunnen worden volgens de pressurisatietestmethode (volgens de in de definitie vermelde druk) of met de tracergastestmethode bij de aangegeven systeemdruk, hoewel dit niet wordt verduidelijkt op grond van (in overeenstemming met) de definities.

De aangegeven waarde is het opgegeven luchtlekkagepercentage, aangevuld met informatie over de gebruikte norm.

De test kan uitgevoerd worden als een „statische druk-test” volgens de in de definities vermelde druk, waarbij de druk beschouwd wordt als een positieve/negatieve druk die uitgeoefend wordt op één zijde van de TVE (of aan de binnenkant/buitenkant met betrekking tot externe lekkage) of als een „dynamische test” (bv. „Extract Air Transfer Ratio” — „EATR”) waarbij de testdruk het werkelijke drukverschil in de eenheid als gevolg van de referentie/nominale configuratie is (externe druk).

De tracergasmethode wordt vermeld in EN 308 ten aanzien van de lekkagetest, maar er wordt niet beschreven hoe de test uitgevoerd moet worden.

De tracergasmethode wordt beschreven in ISO 16494 en EN 13141-7 en prEN 16798-3.

Mengpercentage

CEN

EN 13141-8

EN 13141-8 (5.2.2.1) beschrijft de test en de berekening van de interne lekkage en mengen binnen en buiten.

Er wordt aanbevolen om de meting isotherm uit te voeren om de testtijd te verminderen, en het effect hiervan is niet significant.

De waarden voor zowel binnen als buiten mengen moeten worden aangegeven.

De mengsnelheid kan voor wisselende eenheden met gecombineerde afvoer- en toevoeropeningen niet worden bepaald zonder de meetruimte te verontreinigen, en daarom hoeft het mengpercentage voor deze soorten eenheden niet aangegeven te worden totdat door middel van herziening van de normen een geldige methode ontwikkeld wordt.

Gevoeligheid van de luchtstroom voor drukschommelingen

CEN

EN 13141-8 Bijlage A en punt 5.2.3

EN 13141-8 kan worden gebruikt.

Luchtdichtheid tussen binnen en buiten

CEN

EN 13141-8

EN 13141-8 beschrijft de meting en kan worden gebruikt.

2.3   Niet-residentiële ventilatie-eenheden:

Gemeten/berekende parameter

Organisatie

Referentienummer/titel

Opmerkingen

Thermisch rendement van warmteterugwinning

ηt_nrvu

CEN

EN 13053

EN 308

EN 13053 (punt 6.5 en bijlage A) verwijst naar EN 308 ten aanzien van testopstelling en de procedure. De enige uitzondering is de plaatsing van de temperatuursensoren in de eenheid.

Bijlage A3 van EN 13053 beschrijft hoe de temperatuursensoren in de eenheid en tussen de ventilator en HRS moeten worden geplaatst.

EN 308 richtte zich aanvankelijk alleen op het HRS-onderdeel, maar kan en wordt normaal gesproken ook toegepast voor het testen van de volledige eenheid.

EN 13779 (punt 6.6) verwijst naar EN 13053 met betrekking tot de beschrijving en indeling van HRS. Verwijst naar EN 308 met betrekking tot de testopstelling en -procedure.

ISO 16494 beschrijft een testprocedure voor een LBK met HRS. Specifieke eisen ten aanzien van de statische druk in de in- en uitlaten en ventilatorinstellingen. De testopstelling is gelijk aan EN 13141-7 en EN 308. Verwijst naar EN ISO 5801, ISO 3966 en EN ISO 5167-1 met betrekking tot de meetmethode voor de luchtstroom.

In Verordening (EU) nr. 1253/2014 is bepaald dat het temperatuurverschil tussen binnen en buiten 20 K moet zijn. Daarom kunnen alleen EN 308 en EN 13053 gebruikt worden.

Gemeten zonder bijdrage uit ventilator, bij voorkeur in de eenheid.

Als het mogelijk is, moet de plaatsing van de temperatuursensoren in overeenstemming zijn met EN 13053. Als het niet mogelijk is de sensoren in de eenheid en tussen de ventilator en HRS te plaatsen, zijn er twee testprocedures mogelijk.

1.

De ventilatoren zijn in bedrijf en de warmtebijdrage uit de ventilator/motor dient bij de berekening van percentages in aanmerking genomen te worden.

2.

De ventilatoren zijn niet in bedrijf.

De luchtstroom die gebruikt wordt voor meten en testen is het nominale NRVE-debiet dat de warmtewisselaars passeert (zonder recirculatie of bypass, normaal gesproken winterse ontwerpcondities).

Meetpunten voor temperatuur moeten beschermd zijn tegen straling.

Het vereiste in EN 308 onder punt 6.4 „… De maximum toegestane afwijking in een meetoppervlak is 0,05 (t22-t21)”. Hieraan kan niet voldaan worden indien gemeten wordt binnen een eenheid, en dit mag niet worden gevolgd.

Het nominale debiet van de NRVE in m3/s qnom

CEN

Voorkeursnorm:

EN 13053

EN ISO 5801

Alternatieve norm:

EN 13141-4, - 5, - 6, - 7, - 8, - 11

Kan worden gemeten volgens EN 13053 en EN ISO 5801. EN 13053 verwijst naar EN ISO 5801, EN ISO 5167-1 of ISO 3966 (ten aanzien van vloeistoffen).

Kan ook gemeten worden volgens EN 13141-4, - 5, - 6, - 7, - 8, - 11 betreffende het soort eenheid en EN ISO 5801. EN 13141 verwijst hoofdzakelijk naar residentiële ventilatie, maar is gedetailleerder en kan worden gebruikt voor gebieden waar de procedures van EN 13053 nog niet zijn vastgesteld.

De waarde voor qnom die gebruikt wordt voor de berekening van de ηventilator voor TVE's is met betrekking tot de luchtstroom-zijde (SUP-zijde en EHA-zijde) en niet de som van de afgezogen lucht en de aangezogen lucht gedeeld door twee.

De opgegeven informatiewaarde voor qnom is de som van zowel de afgezogen als de aangezogen lucht gedeeld door twee.

Nominale externe druk Δps, ext in Pa

CEN

Voorkeursnorm:

EN 13053

EN ISO 5801

Alternatieve norm:

EN 13141-4, - 5, - 6, - 7, - 8, - 11

Kan worden gemeten volgens EN 13053 en EN ISO 5801. EN 13053 verwijst naar EN ISO 5801 (5.2.3.1.1).

Kan ook gemeten worden volgens EN 13141-4, - 5, - 6, - 7, - 8, - 11 betreffende het soort eenheid en EN ISO 5801. EN 13141 verwijst hoofdzakelijk naar residentiële ventilatie, maar is gedetailleerder en kan worden gebruikt voor gebieden waar de procedures van EN 13053 nog niet zijn vastgesteld.

De test voor TVE's wordt volledig beschreven in EN 13141-7 (6.2.2) (en de andere normen in de EN 13141-serie met betrekking tot het soort eenheid). De test moet uitgevoerd worden in alle vier kanalen. EN 13141-7 verwijst naar EN 13141-4 (5.2.2), dat de installatie van de kanalen omschrijft.

De externe druk moet ingesteld worden op ontwerpdrukconditie. Aanbevolen wordt om de interne druk in aanmerking te nemen en dat er in het onderdeel aangezogen lucht net na de HRS een hogere druk is dan de druk in het onderdeel afgezogen lucht net vóór de HRS, teneinde lekkages te voorkomen.

Voor eenheden met luchtkanalen moet de druk gemeten worden in aangesloten kanalen, zodat de gebruikers consistente druk- en debietwaarden ontvangen.

De nominale externe druk is het statische drukverschil tussen inlaat en uitlaat. In het geval van TVE's voor beide luchtstromen.

De druk die gemeten wordt in de kanalen (meetkanalen) en de toelaatbare afwijking moeten ontworpen en getest worden volgens EN ISO 5801, zolang deze van toepassing is.

Aanbevolen wordt dat de drukverdeling die toegepast wordt op beide zijden van de eenheid door de fabrikant beschreven wordt, omdat de prestaties van de eenheid op basis van de drukverdeling kunnen veranderen.

Zie voor een nadere beschrijving hoofdstuk 3 van dit document en het DTI-document „Transitional method for determination of internal specific fan power of ventilation units, SFPint”.

Nominaal elektrisch ingangsvermogen (P) (W) en het werkelijke elektrische ingangsvermogen

CEN

EN 13053

EN ISO 5801

Het stroomverbruik kan gemeten worden volgens verschillende geharmoniseerde normen (motoren) en EN ISO 5801 en EN 13053, afhankelijk van de meetonzekerheid.

EN 13053 beschrijft dat het elektrisch vermogen, de spanning en de stroom gemeten moeten worden, maar verwijst niet naar normen en beschrijft geen methoden (tabel 2). Er is een algemene verwijzing naar een testmethode in EN ISO 5801 (5.2.2).

Deze waarden kunnen ook gemeten worden volgens EN 13141-4, - 5, - 6, - 7, - 8, - 11 betreffende het soort eenheid en EN ISO 5801. De EN 13141-serie verwijst voornamelijk naar residentiële ventilatie, maar is gedetailleerder met betrekking tot sommige soorten en kan worden gebruikt op gebieden waar EN 13053-procedures nog niet omschreven zijn. In dit geval de methode uit de EN 13141-serie en het meetprincipe van EN 13053/EN ISO 5801 gebruiken.

In het algemeen het meetprincipe uit EN ISO 5801 gebruiken.

Het nominaal elektrisch ingangsvermogen (P) moet uitgedrukt worden in kW en SFPint in W/m3/s.

SFPint in W/(m3/s)

DTI (Deens Technologisch Instituut)

„Transitional method for determination of internal specific fan power of ventilation units, SFPint

Zie beschrijving in het DTI-document. De aangegeven waarde voor de SFP int van éénrichtings-NRVE's die niet bedoeld zijn om met een filter gebruikt te worden, moet „niet van toepassing” zijn.

„Statische druk (psf)”

„totale druk (pf)”

„stagnatiedruk”

CEN

EN ISO 5801/Geen enkele relevante norm is passend

EN ISO 5801 kan worden gebruikt voor externe metingen. Voor interne metingen is geen enkele relevante norm passend.

Zie beschrijving in het DTI-document „Transitional method for determination of internal specific fan power of ventilation units, SFPint” voor metingen en berekeningen.

De aanstroomsnelheid in m/s bij het ontwerpdebiet

CEN

EN 13053 en EN ISO 5801

Aanstroomsnelheid wordt beschreven in EN 13053. De meetmethode en meeteenheden voor het gemeten oppervlak worden echter niet beschreven.

Het debiet kan gemeten worden volgens EN ISO 5801.

Gebruik EN 13053 en EN ISO 5801 voor het meten van debiet en snelheid. Het gebied voor de berekening van de snelheid moet gemeten worden met een onzekerheid van +/-3 %.

Dit gebied is het vrije deel van de eenheid op de filtersectie of de ventilatorsectie. De aangegeven waarde is de hoogste van de SUP- of EHA-waarde.

Daling van interne druk van ventilatie-onderdelen; (Δps, int) in Pa

alsmede

Daling van de interne druk van extra niet-ventilatie-onderdelen (Δps, add)

DTI (Deens Technologisch Instituut)

„Transitional method for determination of internal specific fan power of ventilation units, SFPint

Er bestaat geen relevante geharmoniseerde norm.

EN 13053 (6.1) verwijst naar EN 13779

EN 13779 (A.10.5) verwijst naar EN 13053

EN 1216 (7.2.3) De drukdaling in de spoelen wordt gemeten door het plaatsen van een pitotbuis.

Zie de beschrijving in het DTI-document voor metingen en berekeningen.

De verliezen aan de inlaat en uitlaat van de NRVE moeten opgenomen worden in de „daling van de interne druk van ventilatie-onderdelen (Δps, int)”. Als een luchtbehandelingseenheid met luchtkanalen openingen met een volledige grootte heeft (de interne doorsnede van de luchtkanaalsystemen is gelijk aan de doorsnede van de NRVE), is er geen extra drukverlies in de inlaat- en uitlaatopeningen.

Ventilator-efficiëntie (ηventilator)

CEN

Extern — EN ISO 5801 (voor EVE's zonder filter/extra onderdelen)

Intern — Geen enkele relevante norm is passend

Gebruik voor EVE's zonder filter EN ISO 5801 en de efficiëntie van de buitenventilator, gemeten bij een nominaal debiet en nominale externe druk. Houd er rekening mee dat het operationele punt niet per definitie het beste efficiëntiepunt van de ventilator is, maar de nominale voorwaarden voor de ventilatie-eenheid zoals vermeld in punt 2, onder (2), van bijlage 1.

De efficiëntie van de ventilator is de statische efficiëntie van externe ventilator.

Voor alle andere producten bestaat geen relevante geharmoniseerde norm, omdat de efficiëntie gemeten moet worden binnen de ventilatie-eenheid voor de berekening van de SFPint, hoewel de volgende normen de meting van de ventilatorefficiëntie beschrijven:

ISO 13348:2007

EN ISO 12759:2015

EN ISO 5801

Verordening (EU) nr. 327/2011 van de Commissie

De eerste vraag is hoe de stijging van de druk op de ventilator te meten. Het stroomverbruik kan gemeten worden volgens de desbetreffende geharmoniseerde normen.

De ventilatorefficiëntie ηventilator is de „algemene statische efficiëntie-aandrijfkracht” bij nominale luchtstroom en nominale externe drukdaling in het ventilator-onderdeel, in %, volgens EN ISO 12759, indien de ventilator in de bedoelde behuizing geplaatst is, d.w.z. rekening houdend met systeemeffecten.

Het is de statische efficiëntie, met inbegrip van de efficiëntie van de motor en aandrijving van de afzonderlijke ventilator(en) in de ventilatie-eenheid (referentie-configuratie) bepaald bij nominale luchtstroom en nominale externe drukdaling (en interne en aanvullende drukdaling).

Het is de verhouding tussen de nominale luchtstroom vermenigvuldigd met de stijging van de statische druk van de ventilator (gelijk aan de som van de drukdaling van alle ventilatie-onderdelen, schoon en droog, en de nominale externe druk) gedeeld door de stroom van de ventilatormotor.

De plaatsing van een ventilator in een behuizing is van invloed op de drukstijging en het stroomverbruik in vergelijking met geïdealiseerde prestaties buiten de eenheid.

De ventilatorefficiëntie moet gemeten/berekend worden in de TVE's en met het externe (en interne en extra) drukverlies bij nominale luchtstroom (gedefinieerd door de fabrikant) volgens de definitie van SFP, hoewel de berekening van de SFPint alleen de interne drukdaling gebruikt.

Voor TVE's berekend en samengevat voor beide luchtstromen, respectievelijk de aangezogen luchtstroom (SUP) en de afgezogen luchtstroom (ETA) voor bepaling van SFPint. Voor EVE's berekend voor één luchtstroom.

Zie voor een nadere beschrijving het DTI-document „Transitional method for determination of internal specific fan power of ventilation units, SFPint”.

Het aangegeven maximale percentage voor externe lekkage (%) van de kast van ventilatie-eenheden; en het aangegeven maximale percentage voor interne lekkage (%) van tweerichtingsventilatie-eenheden of carry over

CEN

EN 308 (TVE's):

EN 1886 en EN 308 (EVE's)

ISO 16494

Zie de beschrijving onder RVE's met betrekking tot de maximale percentages voor interne en externe lekkage en carry over.

De stroom die gebruikt wordt om de lekkage en interne lekkage (in de norm beschreven als het nominale luchtmassadebiet dat door de fabrikant aangegeven is) te berekenen is het referentiedebiet voor RVE's en het nominale debiet voor NRVE's zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1253/2014.

Geluidsvermogensniveau van de behuizing (LWA)

(in het geval van NRVE's opgegeven voor gebruik binnen)

CEN

EN ISO 9614-2 of

EN ISO 3744 of

EN ISO 3746 of

EN ISO 3743-1 of

EN ISO 3741 of

ISO 13347 of

EN ISO 9614-1 of

EN ISO 3745 of

EN ISO 3743-2 of

Dit kan gemeten volgens EN ISO 9614-2 (meting van geluidintensiteiten) of EN ISO 3744 of EN ISO 3746 (geluidsdruk in het vrije veld).

Om testkosten te verlagen wordt er vaak de voorkeur aan gegeven om de methode voor de meting van geluidintensiteiten te gebruiken. Als alternatief kan EN ISO 3743-1 of EN ISO 3741 (geluidsvermogen in nagalmkamers) gebruikt worden.

Het geluidsvermogensniveau van de behuizing wordt gedefinieerd in overeenstemming met de referentie-luchtstroom. Voor NRVE's moet dit als de nominale luchtstroom beschouwd worden.

Doordat in de verschillende normen verschillende methodologieën gebruikt worden, kan niet altijd gewaarborgd worden dat de resultaten van de methodologie met behulp van de andere methodologie gereproduceerd kunnen worden.

Filterprestaties

CEN

EN 779:2012

EN 1822:2009

Gebruik de beschrijving in bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 1253/2014 in overeenstemming met de desbetreffende normen.

3.   Aanvullende elementen voor metingen en berekeningen

3.1.   Bepaling van het referentie- en maximale debiet voor RVE's met luchtkanalen

Hieronder treft u een standaardvoorbeeld aan dat het diagram voor stroom/druk en de methode voor het bepalen van de referentie- en maximale punt/kromme beschrijft.

Een RVE met luchtkanalen moet altijd 50 Pa kunnen leveren, omdat dit het referentiedebiet en referentiepunt voor berekening van de SEC definieert (situatie 1 hieronder).

Als een RVE met luchtkanalen geen 100 Pa kan leveren (situatie 2 hieronder), kan het maximale debiet in overeenstemming met artikel 2, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1253/2014 worden vastgesteld op het maximale externe statische drukverschil dat de RVE met luchtkanalen kan leveren (tussen 50 en 100 Pa).

Voor dergelijke RVE's met luchtkanalen kan het maximale debiet gekozen worden als hoger dan of gelijk aan een extern statisch drukverschil van 50 Pa.

Het referentiedebiet kan optioneel bepaald worden als de absciswaarde naar een punt op een kromme in het diagram stroom/druk dat op of het dichtst bij een referentiepunt ligt op Image% van het maximale debiet, waarbij Pmax, ext, stat het maximale externe statische drukverschil is (tussen 50 en 100 Pa) (situatie 2 hieronder).

In het geval dat de RVE met luchtkanalen geen hogere druk bij een hoger debiet dan het referentiedebiet kan leveren (situatie 3 hieronder), kunnen het maximale en referentiedebiet door de fabrikant gekozen worden, waarbij onthouden moet worden dat de referentiewaarde voor het externe statische drukverschil behouden moet worden.

De referentiewaarde voor het externe statische drukverschil is altijd 50 Pa.

Image

Image

Image

1: Normale bepaling

2: 100 Pa kan niet bereikt worden

3: Hogere druk bij een hoger debiet dan het referentiedebiet (en de referentiedruk) kan niet bereikt worden

3.2.   Bepaling van het referentie- en maximale debiet voor andere RVE's met luchtkanalen

Zie bijlage A5 bij prEN 13142.


(1)  Het is de bedoeling deze voorlopige methoden uiteindelijk te vervangen door geharmoniseerde normen. Zodra referentienummers van deze geharmoniseerde normen beschikbaar zijn, zullen zij worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van Richtlijn 2009/125/EG.

(*)  recirculatie betekent dat de circulerende luchtstroom aan de binnenkant (van de behuizing) groter is dan de aanzuiging van verse lucht.

(2)  „Transitional method for determination of internal specific fan power of ventilation units, SFPint”, ISBN: 978-87-998971-0-0, beschikbaar op http://www.teknologisk.dk/ydelser/publikation-transitional-method-for-determination-of-internal-specific-fan-power-of-ventilation-units-sfpint/37051


11.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 416/31


Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 665/2013 van de Commissie houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van stofzuigers en van Verordening (EU) nr. 666/2013 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor stofzuigers betreft

(Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 416/07)

ENO (1)

Referentienummer en titel van de norm

(en referentiedocument)

Eerste bekendmaking PB

Referentienummer van de vervangen norm

Datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt

Noot 1

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

Cenelec

EN 60312-1:2013

Stofzuigers voor huishoudelijk gebruik — Deel 1: Droge stofzuigers — Meetmethoden voor de prestatie

IEC 60312-1:2010 (Gewijzigd) + A1:2011 (Gewijzigd)

20.8.2014

 

 

Deze norm moet worden aangevuld om duidelijk te maken om welke beoogde wettelijke eisen het gaat.

Bepalingen 5.9, 6.15, 6Z1.2.3, 6Z1.2.4, 6.Z1.2.5 en 6.Z2.3 maken geen deel uit van de onderhavige vermelding. In bepaling 7.2.2.5, lees „A2-fijn teststof” in plaats van „teststof”. In bepaling 7.3.2, lees „inzetstuk van aluminium” in plaats van „inzetstuk van pijnhout of een equivalente houtsoort”.

Cenelec

EN 60335-2-2:2010

Huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen — Veiligheid — Deel 2-2: Bijzondere eisen voor stof- en waterzuigers

IEC 60335-2-2:2009

20.8.2014

 

 

 

EN 60335-2-2:2010/A1:2013

IEC 60335-2-2:2009/A1:2012

20.8.2014

Noot 3

20.12.2015

 

EN 60335-2-2:2010/A11:2012

20.8.2014

Noot 3

1.2.2015

Deze norm moet worden aangevuld om duidelijk te maken om welke beoogde wettelijke eisen het gaat.

Cenelec

EN 60335-2-69:2012

Huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen — Veiligheid — Deel 2-69: Bijzondere eisen voor stof- en waterzuigers, en hiervoor bestemde aangedreven borstels, voor industrieel- en bedrijfsgebruik

IEC 60335-2-69:2012 (Gewijzigd)

20.8.2014

 

 

Deze norm moet worden aangevuld om duidelijk te maken om welke beoogde wettelijke eisen het gaat.

Cenelec

EN 60704-2-1:2001

Huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen — Bepaling van het luchtgeluid — Deel 2-1: Bijzondere eisen voor stofzuigers

IEC 60704-2-1:2000

20.8.2014

 

 

Deze norm moet worden aangevuld om duidelijk te maken om welke beoogde wettelijke eisen het gaat.

Cenelec

EN 60704-2-1:2015

Huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen — Bepaling van het luchtgeluid — Deel 2-1: Bijzondere eisen voor stofzuigers

IEC 60704-2-1:2014

Dit is de eerste bekendmaking

EN 60704-2-1:2001

Noot 2.1

26.6.2017

Noot 1:

In het algemeen is de datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt, de door de Europese normalisatieorganisaties vastgestelde datum van intrekking, maar gebruikers van de norm worden erop gewezen dat dit in bepaalde uitzonderlijke gevallen anders kan zijn.

Noot 2.1:

De nieuwe (of gewijzigde) norm heeft dezelfde werkingssfeer als de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.2:

De nieuwe norm heeft een ruimere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

Noot 2.3:

De nieuwe norm heeft een beperktere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de (gedeeltelijk) vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor de producten of diensten die binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen. Het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor producten en diensten die binnen de werkingssfeer van de (gedeeltelijk) vervangen norm vallen maar niet binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen, blijft bestaan.

Noot 3:

In het geval van wijzigingsbladen is de norm waarnaar verwezen wordt EN CCCCC:YYYY, de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, en het nieuw genoemde wijzigingsblad. De vervangen norm bestaat daarom uit EN CCCCC:YYYY en de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, maar zonder het nieuw genoemde wijzigingsblad. Op de aangegeven datum vervalt het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving.

WAARSCHUWING:

Iedere informatie betreffende de beschikbaarheid van de normen kan verkregen worden ofwel bij de Europese normalisatieorganisaties ofwel bij de nationale normalisatie-instellingen, waarvan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 (2) een lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

Normen worden door de Europese normalisatieorganisaties vastgesteld in het Engels (CEN en Cenelec publiceren ook in het Frans en Duits). Vervolgens vertalen de nationale normalisatie-instellingen de titels van de normen in alle andere officiële talen van de Europese Unie. De Europese Commissie is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de titels die ter publicatie in het Publicatieblad worden aangeboden .

Verwijzingen naar corrigenda „…/AC:YYYY” worden alleen ter informatie bekendgemaakt. Een corrigendum verwijdert druk-, taal- en vergelijkbare fouten uit de tekst van een norm en kan een of meerdere taalversies (Engels, Frans en/of Duits) van een norm betreffen, zoals aangenomen door een Europese normalistieorganisatie.

De publicatie van de verwijzingen in het Publicatieblad van de Europese Unie houdt niet in dat de normen beschikbaar zijn in alle officiële talen van de Europese Unie.

Deze lijst vervangt de vorige lijsten die in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd werden. De Commissie zal er zorg voor dragen dat de huidige lijst regelmatig wordt bijgewerkt.

Meer informatie over geharmoniseerde en andere Europese normen kunt u vinden op:

http://ec.europa.eu/growth/single-market/european-standards/harmonised-standards/index_en.htm


(1)  ENO: Europese normalisatieorganisatie:

CEN: Marnixlaan 17, B-1000, Brussel, België, tel. +32 25500811; fax + 32 25500819 (http://www.cen.eu)

Cenelec: Marnixlaan 17, B-1000, Brussel, België, tel. +32 25196871; fax + 32 25196919 (http://www.cenelec.eu)

ETSI: 650, route des Lucioles, F-06921 Sophia Antipolis, Frankrijk, tel. +33 492944200; fax + 33 493654716, (http://www.etsi.eu)

(2)  PB C 338 van 27.9.2014, blz. 31.